Verlaat verdriet

Equi-Motion

Verlaat Verdriet

 

 

Vroeg Verlies -Verlaat Verdriet

 

Ik heb je niet begraven, vader,

ik sleep je jaren op mijn rug.

Toen je stierf,

vluchtte ik weg in het ritueel

van de in leven houdende herinnering.

Ik dacht: zolang er bloed is

op de keukenvloer

is leven mogelijk.

En toen de kist er was en heerlijk geurde

naar zwart en smart en veel familieleden

wist ik ze leeg of vol met stenen.

Want jij was weg,

je hield ons allen voor de gek.

En later verzon ik allerlei verhalen.

Jij was ontvoerd, beroofd van al je zinnen...

maar eens zou je verschijnen,

jij eindelijk bevrijden,

want ik heb je niet begraven, vader.

Ik sleep je jaren op mijn rug.

Lut de Block

 

 

Verlaat verdriet :

 

Ruim 10 % van de mensen die nu tussen de 20 en 70 jaar zijn, hebben voor hun 20-ste levensjaar één of beide ouders verloren. Voor velen blijkt het een ingrijpende gebeurtenis te zijn geweest, die tientallen jaren later nog voor grote problemen kan zorgen, omdat ze niet voldoende hebben kunnen rouwen. Aan deze problematiek wordt weinig aandacht gegeven. Reden genoeg voor mij als psychotherapeute om ermee aan de slag te gaan, aangezien ik zelf ook mijn vader op jonge leeftijd verloor.

 

Suzy

‘Mijn leven werd voor altijd verdeeld in een voor en een na. Ik was 5 jaar oud. Daarna is alles veranderd‘.

 

Het wegvallen van een vader of moeder uit het leven van een kind is zeer ingrijpend. Hierdoor valt het basisvertrouwen in het leven weg, de ‘rugdekking’ verdwijnt. Dit verlies houdt men een leven lang bij. Hoe vaak zal men niet moeten zeggen : ‘Ik heb geen moeder, geen vader meer’. Men wordt groot met een gat in de ziel. Vaak komt men daar pas achter als men volwassen is.

 

Wie vroeger al op jonge leeftijd zijn vader of moeder verloor, werd niet geacht ‘te kunnen bevatten wat er gebeurd was’. Daarom werd alles wat met sterven en dood te maken had maar zover mogelijk uit het kinderleven geweerd. Men wilde een kind bovendien de confrontatie met een begrafenis of afscheidsritueel besparen, het zien van openlijk grotemensenverdriet zou het maar van streek maken. Samen met het naoorlogse motto 'aanpakken, niet omkijken' leverden deze ingrediënten een klimaat op dat er mede verantwoordelijk voor is geweest dat zoveel volwassenen van nu gebukt gaan onder het onverwerkte verlies van één of beide ouders op jonge leeftijd. Met alle gevolgen van dien op latere leeftijd. De altijd weggestopte pijn kan zich dan uiten door lichamelijke en psychische klachten. Vaak is het dan niet meer zo duidelijk dat het verlies van een ouder hier één van de oorzaken is. ‘De tijd heelt alle wonden’ blijkt in dit soort situaties zeker niet op te gaan. Vaak is er voor de verwerking van het verdriet geen plaats geweest, is de pijn alleen maar weggestopt. De overlevingsstrategieën die daarbij zijn aangeleerd, hebben weliswaar jarenlang geholpen, maar op een gegeven moment zijn ze niet meer in overeenstemming met het leven dat je zou willen leiden, en houden ze je af van een diepere vervulling.

 

Wat is rouw ?

 

Rouwen staat voor afscheid nemen in de meest letterlijke zin van het woord : het is jezelf afscheiden van iemand waarvan je innig gehouden hebt. Rouwen is een proces van bewustwording van een realiteit die (meestal) zeer ongewenst en erg pijnlijk is, maar niettemin onvermijdelijk.

Rouw ontstaat als reactie op het verlies van iemand die een grote betekenis had in je leven.

De pijn van dat gemis is de ‘prijs’ die men betaalt voor de betrokkenheid en de liefde voor de overledene. En voor een kind is er niemand die een grotere betekenis in zijn/haar leven heeft dan een ouder, gezien de afhankelijkheid en de symbiotische verhouding. De pijn is dan ook vrijwel ondraaglijk voor dat kind. Als kind wordt men dan ook overweldigd door een scala van gevoelens die men wellicht niet kent en/of kan benoemen, zoals kwaadheid, groot verdriet, agressie, paniek of angst, wanhoop, ontgoocheling, machteloosheid, schaamte, jaloezie, verwarring.... Kinderen rouwen ook pas op voorwaarde dat ze opgevangen worden door betrouwbare volwassenen en dat ze een eerlijke uitleg krijgen in een sfeer van warmte, ondersteuning en begrip.

 

Problemen kunnen ontstaan wanneer :

De gevoelens die een dergelijk groot verlies oproept er niet mogen zijn, verdrongen moeten worden (door het kind zelf of door de omgeving)

De overleden ouder er helemaal niet meer mag zijn, doodgezwegen wordt, de herinnering aan hem/haar niet meer levend gehouden wordt

De leefomstandigheden heel sterk veranderen

Het kind geen kind meer kan zijn, omdat het verantwoordelijkheden en taken op zich moet nemen die niet in overeenstemming zijn met zijn/haar leeftijd.

 

Sabine :

Ik verloor mijn vader toen ik 15 was, en achteraf gezien raakte ik ook mijn moeder kwijt.

“ik wil in ieder geval niet alleen blijven”, was het allereerste wat mijn moeder tegen me zei toen mijn vader overleden was. Hoewel ik mij er later - door wat mijzelf overkwam - wel iets bij kan voorstellen, was dat voor mij als kind heel naar om te horen.

 

Soms wordt het dagelijkse leven na het overlijden van een ouder volledig op zijn kop gezet, bijvoorbeeld als er verhuisd moet worden of als de overgebleven ouder een nieuwe partner krijgt. Dan verandert er opeens zoveel dat er voor echt rouwen eigenlijk geen tijd is.

Later merkt men dan dat de problemen waar men mee te maken krijgt, voortkomen uit het niet volledig afsluiten van het rouwproces.

 

Marjon :

Marjon was 7 toen zij haar moeder verloor: "In het huis waar wij gingen wonen toen mijn vader hertrouwd was, herinnerde niets meer aan mijn moeder. Nergens stond een foto van haar. Mijn tweede moeder was daar heel duidelijk in: 'Wij doen niet aan foto's in lijstjes, dat hoort niet', zei ze.

 

De manier waarop men als kind met het sterven van vader of moeder is omgegaan en de wijze waarop men daarbij al dan niet door de omgeving werd geholpen en ondersteund, zijn bepalend voor de rol die dit verlies in het verdere leven speelt. Niet iedereen die het overkwam draagt daarom die negatieve last met zich mee. Bij veel kinderen en jongeren van toen zijn echter wel beschadigingen opgetreden door de gebeurtenissen rondom het sterven van hun vader of moeder. Ze hebben de ervaringen rond en na de dood van hun ouder moeten wegstoppen, omdat ze te pijnlijk waren om toe te laten. Tevens kunnen kinderen zich geen langdurig en zwaar rouwproces veroorloven omdat ze hun energie nodig hebben om te groeien, zowel lichamelijk, verstandelijk als emotioneel.

Een rouwproces van een kind kan vaak langer duren dan mensen uit de omgeving realiseren. Het kind heeft iemand verloren die ‘onvervangbaar’ is en het verdriet kan daarom soms heel lang duren. Onbegrip voor deze scala van gevoelens van het rouwende kind kunnen het leven van dat kind verzwaren. Veelal wordt er na de dood van een ouder niet over het verlies gepraat, maar is er slechts een groot stilzwijgen. Voor rouw is in veel gevallen geen plaats.

Het verlies van een ouder op jonge leeftijd kan een knik betekenen in de ontwikkeling van de kinderen die achter blijven, een breuk in het gevoelsleven. Het effect is afhankelijk van :

 

De leeftijd waarop het kind een ouder verliest

De kwaliteit van de relatie tussen deze ouder en dit kind

De doodsoorzaak

Het karakter van het kind

De kwaliteit van de omgeving waarin het kind achterblijft

De verandering die dit verlies teweegbrengt.

Beschermlaagje :

 

Bij alle gevoelens en emoties die een verlies met zich meebrengt, is het van belang dat men heeft deelgenomen aan het afscheid nemen. Om de pijn niet nog groter te maken zijn veel kinderen niet meegenomen naar de begrafenis of crematie. Dit geeft het gevoel dat men er niet bijhoort, dat men buitengesloten wordt. Vaak durft de omgeving ook niet goed vragen hoe het er eigenlijk mee gaat. Ze zijn bang het kind extra verdrietig te maken. De overleden ouder wordt dan weggezwegen. Daardoor kan men dan niet de gevoelens van verdriet, kwaadheid, jaloezie... uiten. Met vrienden en vriendinnen praat men er niet zo gemakkelijk over, men wil geen uitzondering zijn, men wil er blijven bijhoren. Men voelt zich kwetsbaar, bang om emoties te uiten en stelt zich daarom vaak stoer op: "Ik kan het allemaal zelf wel aan".

Veel jongeren verstoppen het verdriet, zij houden zich sterk. Vaak doen ze dat om voor anderen, bijvoorbeeld de overgebleven ouder of broertjes en zusjes, geen zorg te zijn.

Bij grote gebeurtenissen in het leven, zoals diploma-uitreikingen, feesten, trouwen, kinderen krijgen,... kan het gemis van vader en/of moeder heel sterk aanwezig zijn. Er zijn echter ook zo ontelbaar veel kleine dagelijkse momenten waarop het gemis de kop opsteekt : een geur, bepaalde muziek, een televisieserie, kleren kopen, theedrinken, beslissingen nemen....

 

Katrijn :

Katrijn is moeder van 3 kinderen, gelukkig getrouwd met Johan, en heeft een eigen zaak opgebouwd. Ze voelde zelf dat ze alles had om gelukkig te zijn, en toch neigde ze vaak in de wintermaanden naar depressief gedrag.

Ze had altijd wel een uitleg : “mijn werk is te veeleisend, ik kan de stress niet meer aan” of

“de combinatie van werken en de kinderen opvoeden is voor mij te zwaar”.

Katrijn was 10 en haar vader 40, toen hij stierf. Waar ze tot nu toe hardnekkig volhield dat ze het verlies van haar vader verwerkt had, kan ze nu stilstaan voor zichzelf toegeven dat dit niet gebeurd was.

Iedereen in de familie had zich tijdens mijn jeugd ingespannen om het voor mij zo aangenaam mogelijk te maken. Maar over mijn verdriet kon en wou ik niets vertellen omdat ik mijn moeder wilde sparen. Ik was bang dat zij het zowel financieel als mentaal, niet zou redden. Wat zou er dan met mij gebeuren ? Dus hield ik alles voor mezelf, ook op school. Ik was de lolbroek en de grapjas, thuis voelde ik me heel eenzaam. Ik kon mijn verdriet op die momenten in mijn leven niet verwerken, verborg het heel diep in mezelf en nam het leven weer op. Ik moest overleven.

 

Kinderen met dit soort ervaringen hebben een beschermlaagje om hun eigenlijke zelf gelegd, dat hen beschermt tegen nog meer verontrustende gevoelens, maar hen tegelijk afschermt van het volle leven.

 

Patronen :

 

De patronen die mensen met een vroeg verlies van hun ouder door de jaren heen ontwikkeld hebben, zijn divers. Aan de ene kant heb je de sterk ogende ‘flinkerds’ : mensen die ervoor gekozen hebben het ‘dan maar alleen‘ te doen. Ze hebben hun verdriet weggedrukt, zijn er overheen gestapt. Ze komen sterk en onafhankelijk over, maar voelen zich meestal niet zo. Er zit maar een heel klein beetje zelfvertrouwen onder die buitenkant. Als overlevingsstrategie hebben zij zichzelf een ‘harnas‘ aangemeten, ter bescherming van nog meer verdriet. Door confrontaties later in het leven, kan het harnas barstjes gaan vertonen. Dan beseffen ze dat ze het vroege verlies niet op de juiste manier hebben verwerkt.

De mensen van het andere type hebben het verdriet wel meegenomen door de jaren heen, maar ze wisten niet goed wat ze ermee moesten. Vaak was het niet eens duidelijk waar het vandaan kwam. Het legt een waas over de dingen heen.

 

Paula:

Ik heb mezelf heel lang klein en zielig gevoeld en mezelf teruggetrokken in mijn schulp; mezelf van de domme gehouden. Pas veel later begreep ik dat er verband moest zijn met het feit dat ik als 3-jarig kind mijn moeder had verloren. Met mijn houding hoopte ik onbewust altijd dat er iemand zou komen om voor me te zorgen

 

Er bestaan verschillende manieren om de pijn buiten te sluiten. Flink en sterk zijn is er één van. Maar ook het besluit altijd onafhankelijk te willen blijven. Men wil dan almaar bewijzen dat men niemand nodig heeft, het wel alleen kan. Vermijding, ontkenning, projectie, overdreven aangepast gedrag, introjectie, ontlopen van verantwoordelijkheden, wantrouwen, rationaliseren en intellectualiseren... zijn ook verdedigingsmechanismen die deze kinderen ontwikkelen. Maar welke overlevingsstrategie er ook wordt gekozen, er zit altijd een keerzijde aan. Uiteindelijk werkt hij tegen je. Mensen met een onverwerkt verdriet léven niet, ze overléven. Het bewustzijn en de kijk op de werkelijkheid zijn verengd, wat de mogelijkheid om bewuste keuzes te maken beperkt.

 

Karien :

Karien is een vrouw van 52 jaar. Ze was 8 toen haar moeder overleed. "Tijdens de begrafenis zat ik op school sommen te maken. Ik keek naar buiten en zag mijn vader voorbijkomen. Hij had een hoge hoed op en liep achter de lijkwagen waarin mijn moeder lag; in zijn eentje liep hij voor de andere begrafenisgangers uit. Tegen een klasgenootje zei ik: 'Kijk, daar loopt mijn vader'. Op dat moment is bij mij een scheiding ontstaan tussen verstand en gevoel. Hoe kun je het anders redden, als je gewoon op school moet zitten alsof er niets aan de hand is, terwijl jouw moeder in een kist voorbijkomt?"

 

Een vroeg gemis van een ouder, heeft vaak ook het basisvertrouwen aangetast. Zomaar, onverwachts, heeft men iemand verloren. Iemand die je dierbaar is, is voor altijd verdwenen. Gebleken is dat men niet op de omgeving kan vertrouwen. Het gevoel van veiligheid is aangetast. Vaak kunnen mensen die een vroeg verlies hebben meegemaakt moeilijk intieme relaties aangaan of instandhouden. De overtuiging dat het onveilig is om je te hechten aan iemand die zo weer uit je leven kan verdwijnen, zit vaak diep. Weer anderen zoeken in hun partner onbewust een vervangende ouder en klampen zich wanhopig aan hem of haar vast. Hun krampachtige angst voor verlies maakt hun gedrag zo ‘claimerig’ dat hun ergste vrees bewaarheid wordt : de partner kan er niet meer tegen en gaat op de loop.

Het onverwerkt verlies kan ook spelen als de vraag opkomt of men zelf kinderen wil. Sommigen durven er nooit aan beginnen: “Hoe kun je nou een kind nemen als je niet weet hoe lang je zult leven ?” Anderen ontdekken als ze eenmaal een kind hebben, hoe moeilijk het is te moederen/vaderen als ze het zelf al jong zonder ouder moesten stellen.

Ook het meemaken van een nieuw, ingrijpend verlies - de dood van een naaste, een scheiding, verlies van werk of gezondheid... - kan de oude wond weer doen opengaan. De emoties die bovenkomen zijn dan niet in verhouding met de gebeurtenis van dat moment.

Het lukt dan niet meer de gevoelens die jarenlang zijn onderdrukt, er nog onder te houden. De controle moet worden opgegeven. En overlevingsstrategieën blijken niet meer te werken.

Tenslotte kan onverwerkt verdriet leiden tot lichamelijke klachten, zoals maag- en darmklachten of chronische spierspanningen en het kan een kloof doen ontstaan tussen gevoel en verstand, het kan je levensmoe maken.

Omdat een mens doorgeeft wat hij in het leven heeft geleerd of niet heeft geleerd, kan het bovendien grote invloed hebben op de volgende generatie. Kinderen worden van dichtbij geconfronteerd met de negatieve gedragspatronen (denk bijvoorbeeld aan claimgedrag), angsten en frustraties van de ouders.

 

Lucien:

“Mijn grootvader overleed toen mijn vader vijf jaar was. Als enige zoon werd hij vanaf dat moment al de man in huis. Samen met zijn moeder was hij de baas; hij werd al jong de vertrouweling van oma. Zijn zusje, mijn tante, had niets in te brengen. Tegenover mijn moeder en ons was hij altijd heel erg autoritair wat steeds de nodige spanningen in het gezin heeft gegeven. Ik vond dat vreselijk en heb al heel jong mijn toevlucht gezocht bij een vriendje thuis. De verhouding met mijn vader is altijd zeer moeizaam geweest. Pas veel later heb ik de link kunnen leggen tussen zijn gedrag en het verlies van zijn vader”.

 

Symptomen :

 

Volwassenen die als kind een ouder hebben verloren, herkennen meestal enkele van de volgende symptomen:

 

Stevig ontwikkelde verlatings- en bindingangst.

Ontwikkeling van ingewikkelde en moeizaam verlopende relaties.

Moeite met intimiteit.

Een fundamenteel gebrek aan zelfvertrouwen.

Permanent gevoel niet mee te tellen, niet gezien te worden.

Aan de buitenkant tonen ze stoer, maar vanbinnen voelen ze zich wankel en onzeker.

Een verhoogde kwetsbaarheid.

Angst om op dezelfde leeftijd te sterven als hun ouder.

Alles onder controle willen houden.

Voor partners zijn ze veeleisend, de partner moet het gemis goedmaken.

Ze zijn bodemloze putten als het om aandacht krijgen gaat.

Partners van volwassenen die als kind een ouder hebben verloren, hebben vaak het gevoel dat ze nooit iets goed kunnen doen.

Recht op rouw :

 

Alleen staan in rouw, het alleen verwerken, is een bijna onmogelijke opdracht voor jong en oud. Mensen die op jonge leeftijd een ouder verloren, hebben hun hart sterk bewaakt. Er is dan behoefte aan een reisgenoot ( therapeut ) die niet bang is om samen met hen te verwijlen bij dood en verdriet, die bereid is om in weerloosheid mee te lopen in de slingerbeweging van pijn en vreugde. Er is nood aan een tochtgenoot, die samen met hen opzoek gaat naar zin en betekenis.

Zoveel soorten van verdriet

Ik noem ze niet

Maar één, het afstand doen en scheiden

En niet het snijden doet zo’n pijn,

maar het afgesneden zijn.

 

In de workshop die ik nu geef, tracht ik samen met deze mensen een sfeer te creeëren om alsnog te rouwen. Er gaat veel aandacht naar veiligheid en vertrouwen. Hierbij durf ik mezelf ook kwetsbaar opstellen en een open medemens te zijn. Er worden sluitende afspraken gemaakt en ik ga in zorg en respect om met de grenzen van de anderen. Tijdens de workshop krijgen deze mensen de kans om met lotgenoten, in alle rust, terug te kijken naar deze zeer ingrijpende verlieservaring en te voelen wat dit nu nog in hun leven betekent. Dit gebeurt vooral in het eerste deel van de workshop. Er wordt dan theorie gegeven over ‘kinderen en rouw’ en over de rouwtaken. Vervolgens werkt ieder daar voor zichzelf een stukje concreet mee verder. Rouw wordt gemakkelijk geuit via activiteit. Gevoelens die moeilijk te verwoorden zijn, kunnen geuit worden door creatieve expressie. Wat door creativiteit naar buiten komt, voelt veiliger en is vaak een eerlijkere weergave van de gevoelswereld, omdat de verdedigingsmechanismen wegvallen. Symboolcommunicatie vermindert de controle van mensen en daardoor komen ze vlugger bij herinneringen en gevoelens.

Het laatste deel van de workshop wordt er gefocust op de kracht en kwaliteiten die men ook ontwikkeld heeft en krijgt men handvaten om verder te gaan.

 

Jetty

Ik heb me 30 jaar lang ‘kind-zonder-moeder’ gevoeld. Maar dat kind wat zo overheerste was tegelijkertijd afgesneden. Ik voelde me geamputeerd van mezelf. Het kind van 13 was te donker, te zwart om toe te laten. En dat heeft me, den ik, zo opgesplitst.

En nu, nu ik de pijn toe durf te laten, kan het kind weer gaan bestaan, krijgt het weer ruimte, mag het er zijn en voel ik me completer.

 

De workshop blijkt heel wat op te leveren nml. :

 

de erkenning dat dit verlies een zeer aangrijpende gebeurtenis in hun leven is geweest

de herkenning die men krijgt door verhalen van lotgenoten

de verbondenheid die men kan voelen omdat iedereen dezelfde ‘wond’ heeft; men begrijpt elkaar zonder veel uit te hoeven leggen

inzicht in de plek die de dood van hun moeder/vader nu in hun leven heeft.

Tijdens de workshop gebruik ik theoretische kaders, gesprekken, visualisaties, ontspanningsoefeningen, rituelen, gerichte oefeningen uit I.V. en aanverwante therapie- en creatieve werkvormen. Er wordt gewerkt met en vanuit de inhouden, vragen en ervaringen van de deelnemers. Door stil te staan... , vooruitgaan....

 

Het slachtofferschap voorbij :

 

Angelique:

Als je ouders overlijden als je nog kind bent, is het enige wat je denkt: ik red het niet, wie zorgt er nu voor me? De wereld vergaat. Dat gevoel heb ik heel lang gehad, ook toen ik allang volwassen was. Wat ik waarschijnlijk mijn leven lang zal blijven missen, is iemand die trots op me is, die me onvoorwaardelijk accepteert. Die me vastpakt als ik huil en er zonder iets te zeggen voor me is.

 

Door het (onverwerkte) verlies onder ogen te zien en werkelijk te aanvaarden als deel van het leven, kan men het vroege verlies te boven komen. Als mensen het rouwproces gaan aanpakken dat al zo lang is blijven liggen (uitgestelde rouw), overheerst aanvankelijk meestal het slachtoffergevoel. De kwaliteiten die ze ontwikkeld hebben om zich te handhaven worden in het begin negatief beoordeeld, omdat ze in hun eenzijdigheid ten koste gingen van andere behoeften. Verderop in het proces komt er meer evenwicht en gaan mensen waarderen dat ze als gevolg van de verlieservaring bvb. zelfstandigheid, kracht, zorgzaamheid, ambitie en empathie... in hun overlevingspakket hebben zitten. Dan gaan mensen erkennen dat ze ook een positieve erfenis hebben meegekregen door het vroege wegvallen van hun vader of moeder. Sommigen draaien het roer drastisch om als zij hun vroege verlies alsnog verwerkt hebben. Vanuit hun oude zelfbeeld werkten ze bvb. in de zorg, maar nu gaan ze bvb. een winkel beginnen omdat dat beter past bij het 'eigen leven' dat nu vrijkomt. Een ander wordt alsnog moeder, omdat ze dat nu - na de verantwoordelijkheid voor haar eigen innerlijke kind te hebben opgepakt - wel aandurft.

Bij het hele verwerkingsproces is het zeer belangrijk te beseffen dat de overledene niet hoeft te worden losgelaten. Veel mensen denken dat als ze het verdriet om de verloren persoon loslaten, diegene ook voorgoed uit hun leven verdwijnt. Dat kan een schuldgevoel geven, waardoor ze aan het verdriet blijven vasthouden. Maar het gaat er niet om de gebeurtenis en degene van wie je hebt gehouden te vergéten. Men geeft hem/haar alleen maar een andere (emotionele) plek.

 

Opnieuw verbinding maken :

 

Wanneer men in therapie volwassenen begeleidt met een vroege rouw, dient men rekening te houden met de gestagneerde rouw én met de bijkomende factoren die vroeger het rouwen bemoeilijkten, alsook met de manier waarop kinderen rouwen.

Als de cliënt zijn verdrongen gevoelens uit de kindertijd emotioneel kan doorleven, is deze in staat om te rouwen. Door de rouwreacties alsnog toe te laten en te doorleven, komt men weer in contact met zichzelf, zijn emoties, gevoelens, behoeften en verlangens.

Een verwerkingsproces houdt een aantal taken in, die door de rouwende doorlopen moeten worden :

 

Het aanvaarden van de realiteit van het leven tot nu toe (grotendeels zonder vader/moeder)

Het toelaten en alsnog doorleven van de pijn en de andere emoties die daarbij horen

Een nieuwe plek geven aan dit verlies en aan de overleden ouder; zelf betekenis geven aan dit verlies

Opnieuw houden van en genieten van het leven.

De zorgtaken die de naasten kunnen opnemen voor een kind dat een ernstig verlies heeft geleden zijn:

 

Directe en juiste informatie geven

Geef het kind de tijd de dood te kunnen begrijpen

Informeer het kind over mogelijke reacties en gevoelens

Verberg gevoelens niet voor kinderen

Geef het kind de kans verdriet te uiten

Hou er rekening met het feit dat kinderen niet lang met heftige gevoelens bezig kunnen zijn

Geef het kind het gevoel dat het nog kind mag zijn

Moedig het kind aan om over het verlies met vriendjes te praten

Stimuleer de omgeving om extra aandacht op te brengen voor het kind.

In hoeverre dragen juist de tragische ervaringen in ons leven ertoe bij om onze unieke bestemming te vinden? Ik ben er persoonlijk van overtuigd dat alles wat we aan narigheid meemaken tot bedding kan dienen voor onze kwaliteiten. Ook het veel te vroege verlies van onze vaders en moeders. Je kan als volwassene oppakken wat vroeger is blijven liggen, verantwoordelijkheid nemen voor jouw genezing en verdere groei.

 

Wie in de gedachten zijner geliefden leeft,

die is niet dood

Hij is slechts ver weg

Dood is alleen hij die vergeten wordt.

Zedlitz

 

 

Informatie uit :

Verlaat Verdriet - Mieke Ankersmid

Helpen bij verlies en verdriet - Manu Keirse

Kinderen helpen bij verlies - Manu Keirse

Er zijn voor jou - Claire van den Abbeele

Wenen om het verloren ik - Arthur Polspoel

Als rouwen mag - Agnes Van Den Eynde

De cirkel van het leven - Elisabeth Kübler-Ross

 

www.ankersmid.nl

www.verliesverwerken.nl

www.verlaatverdriet.nl

 

Peggy van den Branden, IV- therapeute.